Hogeschool Rotterdam en het Erasmus Medisch Centrum werken al geruime tijd samen op het gebied van onderwijs en onderzoek in de verloskunde binnen de Verloskunde Academie Rotterdam (VAR). In 2011 is uit deze samenwerking een Academische Werkplaats ontstaan, die een gezamenlijk onderzoeksplatform biedt. De kern van de Academische Werkplaats is dat het praktijk, onderzoek en onderwijs met elkaar verbindt.

Het domein van de Academische Werkplaats omvat het gebied van de verloskundige keten – van de periode vóór de conceptie (pre-conceptionele fase) tot en met de periode dat een kind de leeftijd van vier jaar bereikt – waarbij de focus ligt op ketenzorg.

In hetzelfde jaar (2011) dat Hogeschool Rotterdam en het Erasmus Medisch Centrum vanuit de VAR startten met ’hun’ Academische Werkplaats, lanceerde ZonMw het programma Zwangerschap & Geboorte. Dit programma beschrijft dat gezamenlijke ontwikkeling van kennis de samenwerking en onderlinge afstemming van zorg bevordert en dat deze kennisontwikkeling bij voorkeur plaatsvindt in multidisciplinaire, lijn overstijgende consortia waarbij zorgprofessionals uit de nulde, eerste, tweede en derde lijn zijn betrokken.

Vanuit de Academische Werkplaats is dan ook in 2011 het initiatief genomen tot de vorming van een regionaal consortium. Na anderhalf jaar van voorbereiding heeft dit in februari 2012 geleid tot de formalisering van het Regionaal Consortium Zwangerschap en Geboorte Zuidwest Nederland. Na daadwerkelijke toekenning van subsidie door ZonMw in het najaar van 2012, kon op 1 januari 2013 worden gestart met het regionaal consortium.

Kenniscirculatie

Wanneer een praktijk de Academische Werkplaats benadert met een vraag, wordt deze – samen met de praktijk – vertaald in een onderzoeksvraag. Dit kan bijvoorbeeld een vraag zijn over het effect van de samenwerking met een lactatiekundige in de praktijk op de tevredenheid van zorg of op borstvoedingspercentages. Het kan ook een ondersteuningsvraag zijn: “Hoe richten we ons Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) zo in dat we daadwerkelijk een verbetering van perinatale uitkomsten krijgen”. We horen vaak van verloskundigen "daar zou ik graag eens naar willen kijken" of "dat zou ik nou wel eens willen weten, maar ik kom er gewoon niet aan toe" als het gaat om zorginhoud of organisatie in hun eigen praktijk. Met al dit soort vragen gaat de Academische Werkplaats aan de slag.

Afhankelijk van het onderwerp en de omvang van het onderzoek schakelt de Academische Werkplaats vervolgens studenten (bachelor en master), promovendi, (docent)onderzoekers, lectoren en/of hoogleraren in. Deze werkwijze kan als volgt schematisch worden weergeven:


Omdat de Academische Werkplaats zich bevindt op het snijvlak van onderwijs, onderzoek en praktijk, is snelle kennisdeling mogelijk. Docenten en studenten zijn direct betrokken bij nieuwe ontwikkelingen. Verloskundigen kunnen onderzoeksresultaten implementeren in hun praktijk. Dat betekent meerwaarde voor zowel de verloskundige zorgverleners als de studenten en onderzoekers.